Spring naar content

Asfalt Productie Nijmegen (APN)

  • Energieweg 28, Nijmegen

Asfalt Productie Nijmegen is een asfaltproductiebedrijf in Nijmegen. Recent is de ODRN op een negatieve manier in het nieuws geweest met betrekking tot APN. Wij hebben daarom de feiten op een rij gezet en de achtergrond daarvan beschreven.

Vragen en antwoorden asfaltcentrales en emissies

Afgelopen maanden zijn in de media regelmatig berichten gepubliceerd over de uitstoot van gevaarlijke stoffen door asfaltcentrales in Gelderland.

De ODRN is daarin veelbesproken, evenals de meetdienst van Omgevingsdienst regio Arnhem (ODRA) die veel metingen heeft gedaan in opdracht van ODRN, gemeente Nijmegen en de provincie Gelderland.

Samen met de gemeente Nijmegen zijn veel vragen beantwoordt en ook de ODRA heeft de meest gestelde vragen en feiten over emissies bij asfaltcentrales op een rij gezet.

Aan welke eisen moeten asfaltcentrales voldoen?

Tot 2016 zijn de eisen voor uitstoot door asfaltcentrales vastgelegd in de Nederlandse Emissie Richtlijn (NER) Lucht. De centrales zijn verplicht jaarlijks zelf geur, stof, stikstofoxide (NOx), zwaveldioxide (SO2) en het totaal aan koolwaterstoffen te meten. Vanaf 1 januari 2016 wordt het Activiteitenbesluit ingevoerd met strengere eisen voor benzeen en Polycyclische aromatische koolwaterstoffen, kortweg PAK genoemd.

Vooruitlopend op deze verandering heeft de Meetdienst van de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA), in opdracht van de provincie Gelderland, onderzoek gedaan naar de uitstoot van benzeen bij de productie van asfalt. De eisen voor de uitstoot van benzeen zijn in relatief korte tijd aangescherpt van 5 milligram /Nm3 naar 2,5 (in de NER) naar 1 milligram/Nm3 in het Activiteitenbesluit. Bij twee van de zes asfaltcentrales in Gelderland was de uitstoot van benzeen op dat moment boven de aangescherpte norm.

De luchtexpert van de ODRN heeft, vanuit de beleidsfunctie bij de provincie, dit onderzoek geagendeerd in een landelijke adviesgroep om na te gaan of dit probleem landelijk is.

De beide asfaltcentrales met een overschrijding van de benzeennorm zijn door de eigenaar zelf stilgelegd en inmiddels gesloten. Op de markt van asfaltproductie is overcapaciteit.

Doet de asfaltbranche zelf ook onderzoek?

Naar aanleiding van de resultaten uit de emissiemetingen, is de branche in 2018 zelf gestart met onderzoek naar de vorming en uitstoot van benzeen tijdens de asfaltproductie. Deze resultaten zijn in 2020 gerapporteerd.

Wat komt uit dat onderzoek naar voren?

Uit het onderzoek wordt duidelijk dat met de inzet van gerecycled asfaltgranulaat en bij direct verwarmde trommels, meer risico is op benzeen (en PAK) vorming. Het gebruik van dit granulaat is een politieke wens om meer te recyclen en te verduurzamen, de circulaire economie. De branche wil een aanvullend onderzoek doen voor de vermijding en reductie van benzeen. Dat is een verplichting die volgt uit het Activiteitenbesluit, de zogenaamde minimalisatieverplichting.

Hoe zit het met de asfaltcentrale in Nijmegen?

Bij de vele metingen die ODRA in opdracht van provincie en gemeenten uitvoert bij verschillende centrales in Gelderland, worden in juni 2021, op verzoek van de gemeente Nijmegen, in enkelvoud en ter indicatie de concentraties aan PAK meegenomen in de metingen van benzeen. Het is een indicatieve meting die vooral bedoeld is om te bepalen of en hoe PAK gemeten kan worden.

Wat is aan PAK gemeten?

In de media verschijnen berichten dat bij de asfaltcentrale in Nijmegen een ‘factor 17 overschrijding van de emissie aan giftige stoffen’ is gemeten. Verder melden de media: ‘Buurt al jaren in de giftige stoffen van de asfaltcentrale’. Deze berichten zijn helaas ongenuanceerd en incompleet. De media vermelden niet hoe deze overschrijding zich verhoudt met de regels uit het Activiteitenbesluit en met de situatie uit het verleden.

Hoe zit het dan wel en wat zijn de eisen?

Het is Europese regelgeving. Daarin worden eisen gesteld ten aanzien van concentraties op leefniveau, dat is 1,5 meter boven maaiveld. Deze eisen zijn door het ministerie van I&W vertaald naar eisen in het Activiteitenbesluit en dan gaat het om concentraties gemeten in de schoorsteen.

Voor benzeen geldt op leefniveau een eis van de Europese streefwaarde van 5 microgram/m3 en een verwaarloosbaar risico van 1 microgram/m3.

Benzeen is een vluchtige stof en komt in dampvorm vrij uit de schoorsteen van asfaltcentrales. Benzeen is om die reden een zogenoemde ‘minimalisatie verplichte stof (MVP2)’. In het Activiteitenbesluit is vastgelegd dat de uitstoot van benzeen bij asfaltcentrales niet meer dan 1 milligram/m3 mag zijn. 

Wat zijn de mogelijkheden voor een toezichthouder?

Als bij metingen een overschrijding van de norm wordt vastgesteld heeft de toezichthouder twee mogelijkheden:

  1. De asfaltcentrale wordt aangeschreven op de overschrijding van de emissie-eis voor benzeen en krijgt van het bevoegd gezag de tijd om dit probleem op te lossen (mits uit een toetsing blijkt, dat de concentraties op leefniveau beneden de eisen voor het verwaarloosbaar risico liggen);
  2. De centrale krijgt tijdelijk een verhoging van de eis toegewezen. Dat heet in het bestuursrecht een maatwerkvoorschrift. Het bedrijf is dan verplicht onderzoek te doen naar het voorkomen en minimaliseren van de benzeenemissie. Deze optie kan pas nadat ook hier is vastgesteld dat de concentraties op leefniveau beneden de eisen voor het verwaarloosbaar risico liggen.

Zijn in het Activiteitenbesluit ook eisen opgenomen voor PAK?

Voor PAK zijn in hoofdstuk 5 van het Activiteitenbesluit eveneens eisen opgenomen. PAK is in het Activiteitenbesluit een verzameling van acht PAK-verbindingen. Zeven van deze verbindingen zijn stofvormige- of stofgebonden PAK. Naftaleen is hier een uitzondering op. Dit is de meest vluchtige PAK-verbinding. Deze komt bij asfaltcentrales net als benzeen in dampvorm vrij.

Voor PAK geldt sinds 1 januari 2016 dat deze componenten in de klasse ‘minimalisatie verplichte stof MVP1’ vallen, waarbij de concentraties van acht PAK-verbindingen bij elkaar opgeteld moeten voldoen aan de eis van 0,05 milligram/m3. Het ministerie van I&W is echter niet zorgvuldig geweest bij het vastleggen van de regels voor emissie van PAK. Naftaleen is ingedeeld in de klasse ‘stofvormig organisch’ met een emissie-eis van 5 milligram/m3.

Het ministerie heeft deze indeling later gecorrigeerd. Vanaf 1 juli 2019 wordt ook naftaleen ingedeeld in de klasse MVP1, net als de andere zeven PAK-verbindingen.

Maar wat betekent die correctie van I&W?

De correctie van I&W betekent een aanscherping van de eisen met meer dan een factor 100. Maar feitelijk is hiermee het ministerie wederom onzorgvuldig, omdat naftaleen afwijkt van de zeven andere PAK-verbindingen. De zeven PAK-verbindingen worden bij een goed werkende filterinstallatie in de schoorsteen van asfaltcentrales afgevangen: naftaleen net als benzeen, slechts beperkt of niet.

Goed beschouwd moet naftaleen net als benzeen ingedeeld worden in de klasse MVP2 met een eis van 1 milligram/m3. Dit is ook logischer, gezien de eis op leefniveau voor naftaleen (van 25 microgram/m3). Deze ligt zelfs een factor 5 hoger dan voor benzeen.

Wat zegt dit over de metingen in Nijmegen?

Bij de indicatieve meting van PAK-verbindingen in de schoorsteen van de asfaltcentrale APN is vastgesteld dat de emissie voor 75% uit naftaleen bestond. Uit die metingen is te concluderen dat de emissie van naftaleen op leefniveau ruimschoots voldoet aan de MTR-waarde (maximaal toelaatbaar risico). Het schadelijke en toxische benzo(a)pyreen wordt niet aangetoond bij APN. Met andere woorden: op emissieniveau wordt niet voldaan, maar op leefniveau zijn de risico’s beperkt.

Moeten PAK-verbindingen gemeten worden?

Het ministerie van I&W heeft met de asfaltbranche afgestemd dat de emissies van PAK-verbindingen niet gemeten hoeven te worden als het gerecyclede asfaltgranulaat voldoet aan de BRL 9320 (beoordelingsrichtlijn van KIWA voor certificatie van milieu-hygiënische prestaties en -eigenschappen van bitumineus gebonden materialen). Ondanks de aanscherping van de emissie-eis voor naftaleen in 2019 met een factor 100, blijft de erkende maatregel (Activiteitenbesluit) ongewijzigd van kracht. Het toetsingskader blijft daarmee onduidelijk.

Om beter zicht te krijgen op de werkelijke emissies aan PAK-verbindingen en benzeen wordt inmiddels bij een aantal asfaltcentrales extra gemeten.

Wat doen de omgevingsdiensten aan deze situatie?

De vereniging van 29 omgevingsdiensten in Nederland (ODNL) heeft een werkgroep de opdracht gegeven om duidelijkheid te krijgen over het toetsingskader voor asfaltcentrales. De werkgroep asfaltcentrales van ODNL is in overleg met het ministerie over het toetsingskader voor asfaltcentrales.

Logboek

Hier leest u het feitenrelaas dat woensdagavond 20 oktober 2021 met de Nijmeegse gemeenteraad is besproken. Het feitenrelaas beschrijft in chronologische volgorde hoe de ODRN is omgegaan met het verzoek van APN voor een maatwerkbesluit. Dit maatwerkbesluit zou voorzien in een tijdelijke ruimere norm voor benzeen om onderzoek te doen naar maatregelen die asfaltcentrales helpen om de benzeenemissie te verlagen. Bij APN was geen sprake van een overschrijding van de benzeennorm, ook zou het maatwerkbesluit niet voorzien in een grotere productiecapaciteit. Het verzoek om een maatwerkbesluit is ingetrokken.

2015/2016

Voor asfaltcentrales leidt de invoering van de vierde tranche Activiteitenbesluit d.d. 1 januari 2016
tot wijzigingen in de emissie-eisen naar lucht. In opdracht van de provincie Gelderland is door de
meetdienst van de ODRA in dat kader een onderzoek uitgevoerd naar o.a. benzeen. Uit dat
onderzoek volgt dat bij vier van de zes centrales in Gelderland de benzeenvrachten de
grensmassastroom uit het Activiteitenbesluit overschrijden. Bij twee centrales worden ook de
concentratie-eisen overschreden. Bij APN wordt voldaan aan de nieuwe eisen.

2017

Deze resultaten van dit onderzoek zijn in de normale inhoudelijke werkrelatie tussen de meetdienst
van de ODRA en de luchtspecialisten van de ODRN gedeeld. Bij de ODRN is onderkend dat dit een
landelijk probleem is voor de asfaltindustrie. De luchtspecialist van de ODRN heeft dit onderwerp
actief opgepakt en ingebracht bij de Adviesgroep Industriële Emissies (AGI). Dit adviesorgaan van het
ministerie, waar de luchtspecialist van de ODRN namens de provincie Gelderland zitting in heeft, is
bedoeld om landelijk problemen met industriële emissies te bespreken. In deze adviesgroep wordt
getracht dergelijke problemen, ook met inhoudelijke inbreng van bedrijven, te komen tot een
oplossing, waarbij een ‘level playingfield’ voor de bedrijven in het oog wordt houden. In de
adviesgroep zitten een aantal Omgevingsdiensten (DCMR, ODNZKG) en het ministerie.
In de adviesgroep is het onderwerp een aantal keren besproken, ook met het bedrijfsleven
(Vakgroep Bitumeuze Werken VBW). Daarnaast heeft de luchtspecialist van de ODRN het onderwerp
ingebracht bij de Klankbordgroep Stookinstallaties.

2018

Op 29 januari 2018 is een overleg geweest tussen het ministerie, ODA, ODNV, ODRN en de
asfaltbranche (Vakgroep Bitumineuze Werken). Een op basis van een gezamenlijk overeengekomen
meetplan breder te zoeken naar oorzaken van benzeenemissies en oplossingen om deze te
beperken.
Op 21 november 2018 is een vervolgoverleg geweest, waarbij onderzoeksresultaten van de
branche zijn besproken. De volgende deelnemers waren aanwezig;
– Bedrijfsleven / branche: medewerker (EVB), medewerker (EVB), medewerker (Heijmans),
medewerker (bam), medewerker (KWS),
– Omgevingsdiensten: toezichthouder ODA, luchtspecialist ODRN, toezichthouder ODNV
– Ministerie: medewerker (I&W), medewerker (InfoMil)

De volgende afspraken zijn gemaakt;
-De VBW stelt een plan van aanpak op voor het onderzoek naar oorzaken van benzeenuitstoot
en maatregelen om de uitstoot te reduceren
-De VBW stelt een standaard format maatwerkvoorschrift op
-De vertegenwoordiging vanuit overheidskant informeert zoveel mogelijk haar achterban,
zodat omgevingsdiensten allen dezelfde informatie ontvangen en zodoende de mogelijkheid
hebben/krijgen om voor een landelijke aanpak te kiezen.

2019

Op 10 april 2019 is er een gesprek tussen VBW en de voorzitter van Omgevingsdienst NL.
Aan hem is het verzoek gedaan om (alsnog) de omgevingsdiensten op te roepen om te
reageren op het standaard format voor maatwerkvoorschriften, zodat er tot één format / landelijke
lijn gekomen kan worden gehanteerd.

Dit verzoek op 12 of 23 april 2019 besproken in het Vakberaad VTH van Omgevingsdienst NL. In het
verslag van dit overleg staat de volgende passage:
Landelijk maatwerkverzoek asfaltcentrales benzeenemissies; afdelingshoofd vergunningverlening
van de ODRN wil met een collega (luchtspecialist van de ODRN) en een medewerker van de DCMR en
andere OD’s betrekken bij het opstellen van eenvormige maatwerkvoorschriften. In de bijlage (link)
een overzicht van asfaltcentrales per OD en een plan van aanpak. Zorg dat een van jouw
medewerkers als contactpersoon betrokken is
.”

Maatwerkbesluit hogere grenswaarde APN

21 december 2018

Indienen verzoek maatwerk hogere grenswaarde benzeen door APN.

29 augustus 2019

In het PO-overleg van de gemeente Nijmegen is het voornemen besproken om het maatwerkverzoek
te honoreren en een tijdelijke hogere grenswaarde vast te stellen. In de bijbehorende notitie is de
geschetste landelijke aanpak opgenomen. Daarnaast is in de notitie verzocht om
aanvullend budget voor de uitvoering van geurmetingen.
De luchtspecialist van de ODRN heeft in een korte mail aansluitend op het PO het volgende gemaild
naar de accounthouder Nijmegen van de ODRN:
De wethouder is akkoord met ons advies. Argumenten om in te stemmen waren: transparantie,
landelijke aanpak en geen gezondheidsschade
.”

3 september 2019

In het Wijkoverleg Nijmegen West/Weurt is het maatwerkverzoek gecommuniceerd.

30 januari 2020

Publicatie Ontwerpbeschikking

4 februari – 17 maart 2020

Zienswijzen binnengekomen

18 februari 2020

De ontwerpbeschikking is besproken in het Wijkoverleg NWW. Daarbij is afgesproken dat er een niet-technische (“populaire”) samenvatting naar de buurt wordt gestuurd.

28 september 2020

In het PO-overleg is de definitieve beschikking besproken. De wethouder is niet tevreden over:
– De snelheid van de procedure
– De communicatie rondom de procedure (welk communicatieprotocol is gehanteerd?)
– De defensieve reactie op de zienswijzen door de ODRN
– Het feit dat de ontwerpbeschikking niet in het PO is geweest

5 oktober 2020

Op 5 oktober 2020 is in het PO door de accounthouder Nijmegen van de ODRN onder meer het
maatwerkbesluit APN geagendeerd en besproken. Uit de notulen van deze PO volgt; “de wethouder
gaat hiermee akkoord. De beschikking is aangepast, deze is minder defensief
.”

5 november 2020

Door een luchtspecialist van de ODRN is in het Wijkoverleg West/Weurt toegelicht dat de tijdelijk
verhoogde emissienorm bij volledige benutting zal leiden tot een verwaarloosbaar effect op
leefniveau. Daarnaast is door APN aangeboden om uitleg te geven over hun bedrijf en de aanpak om
de benzeenemissie te beperken. Vanuit het wijkoverleg werd op dit aanbod positief gereageerd.

November/december 2020

APN is diverse keren besproken in een PO, en voornamelijk geagendeerd door medewerkers van de
gemeente Nijmegen. In deze periode is ook door medewerkers van de ODRN (waaronder de
betrokken vergunningverlener van de ODRN) gemaild met een luchtspecialist van de gemeente
Nijmegen waaruit blijkt dat op 11 november 2020 Dura Vermeer besluit tot een intrekking van het
maatwerkverzoek. Deze intrekking is later ook door de vergunningverlener van de ODRN, formeel
ontvangen.