Spring naar content

Energie-audit: EED-richtlijn

In 2012 is de Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED) vastgesteld. Dit betekent dat het Europees energieverbruik in 2020 twintig procent minder moet zijn. De EED bevat verplichtingen voor zowel lidstaten als bedrijven. Grote ondernemingen moeten een energie-audit uitvoeren. Bij nieuwbouw en renovatie van grotere stookinstallaties is een kostenbatenanalyse verplicht. De energie-audit moet elke vier jaar opnieuw worden uitgevoerd.

Energie-audit voor bedrijven
Het uitvoeren van een energie-audit is verplicht voor ondernemingen met:

  • meer dan 250 medewerkers;
  • een jaaromzet groter dan € 50 miljoen;
  • een jaarlijks balanstotaal groter dan € 43 miljoen.

Het gaat daarbij om de totale onderneming. Dit kan dus een optelsom zijn van meerdere vestigingen van het bedrijf. Op de website van de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)  vindt u een stappenplan om te bepalen of uw onderneming verplicht is om een energie-audit uit te voeren.

Vrijstelling van EED-audit

Sommige bedrijven hebben al afspraken gemaakt over het opstellen van een energie-audit. Ze zijn daarom vrijgesteld van de EED-audit. Dit zijn:

  • Bedrijven die meedoen aan de Meerjarenafspraak energie-efficiëntie (MJA3) en/of Meerjarenafspraak energie-efficiëntie ETS (MEE);
  • Bedrijven die een energiebesparingsonderzoek hebben uitgevoerd conform artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit Wet milieubeheer (Wm);
  • Bedrijven die beschikken over een energiemanagementsysteem ISO 50001;
  • Bedrijven die zijn aangesloten bij specifieke initiatieven, zoals de Green Deal Zorg (gemeente Arnhem).

Rapportage

Bent u EED-plichtig? Dan moet u een EED-rapportage indienen bij de RVO. Na vier jaar bent u weer verplicht om een nieuwe audit uit te voeren. Op de website van de RVO vindt u ook een format voor een EED-rapportage.

Samenhang met de Wet milieubeheer

De energie-audit heeft betrekking op de hele onderneming en dus op alle locaties. De Wet milieubeheer (Wm) blijft van toepassing op alle locaties die onder de reikwijdte van artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit vallen. Dit houdt voor de locaties die midden- of grootverbruiker in energie zijn, dat de energiebesparende maatregelen beoordeeld moeten zijn. Voor deze locaties geldt dat de maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder in de hele organisatie doorgevoerd moeten worden.

Interessante links

RVO: Energiebesparing

RVO: Meerjarenafspraken