Omgevingsdienst Regio Nijmegen

Veelgestelde vragen over gevelplaten

Aan welke eisen van brandveiligheid moeten gebouwen in Nederland voldoen?

Het eerste bouwbesluit trad op 1 januari 1993 in werking. Vanaf dat moment zijn er concreet voorschriften over de brandwerendheid van onder andere gevelconstructies. Alle gebouwen waarvoor vanaf 1 januari 1993 een bouw- of omgevingsvergunning is aangevraagd, moeten voldoen aan de op dat moment geldende regelgeving volgens het bouwbesluit.

Welke eisen gelden voor gevels?

In het bouwbesluit staan voorschriften over de brandveiligheid van gevelconstructies. De kans bestaat dat een gebouw in brand raakt als gevolg van brandstichting in de buurt. Daarom worden er speciale eisen gesteld aan de buitenkant van gebouwen waar mensen verblijven. Die moeten in het geval van bijvoorbeeld brandstichting bestand zijn tegen vlam vatten. Daarom zegt het bouwbesluit dat zo’n buitenoppervlak tot een hoogte van 2,5 meter moet voldoen aan een bepaalde brandklasse .

Wie controleert hierop?

De eigenaar van het gebouw is primair zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de bouwregelgeving.

Handhaving door gemeente

De ODRN kan namens de gemeente handhavend optreden wanneer een gevel niet voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012. Gemeenten hebben beleidsvrijheid om invulling te geven aan de manier waarop zij handhavend optreden. Handhavend optreden kan bijvoorbeeld door het opleggen van een last onder bestuursdwang of dwangsom. Handhaving door een gemeente is altijd maatwerk bij een bepaald gebouw en het geconstateerde veiligheidsniveau.

Wat als niet voldaan wordt aan het bouwbesluit?

De brandveiligheid van een gevel is maar één van de aspecten van een brandveilig gebouw. Een gevel die niet (of nog niet aantoonbaar) voldoet aan het Bouwbesluit betekent niet direct dat het gebouw moet worden ontruimd. Er zal een risico-inschatting moeten worden gemaakt. De vluchtveiligheid zal moeten voldoen aan het Bouwbesluit. Extra aandacht moet er zijn voor de vluchtveiligheid in de nachtsituatie. Tijdelijke beheersmaatregelen (brandwacht) kunnen ook worden ingezet. Uiteindelijk is dit de afweging van de gebouweigenaar (bv zorginstelling) of van B&W van de gemeente.

Waarom is er nu veel aandacht voor gevels van flatgebouwen?

Op 14 juni 2017 vond in Londen de brand in de Grenfell Tower plaats. Hierbij kwamen tientallen bewoners om het leven. Bij deze brand was sprake van een snelle branduitbreiding langs de gevel. Deze gebeurtenis is voor Minister Ollongren van het Ministerie van Binnenlandse Zaken aanleiding geweest om alle Nederlandse gemeenten opdracht te geven om mogelijk risicovolle gebouwen te inventariseren.

Hoe worden mogelijk risicovolle gebouwen geïnventariseerd?

De minister heeft een risicotool laten maken die ingevuld kan worden met de eigenschappen van een gebouw. Er zijn 9 criteria die uitwijzen of sprake is van een verhoogd risico. De ODRN heeft van de gemeente Nijmegen de opdracht gekregen om op basis van 2 criteria een eerste selectie te maken van mogelijk risicovolle panden in Nijmegen. Daaruit volgden 62 panden die mogelijk een verhoogd risico hebben voor brandveiligheid.

Wat gebeurt er met de panden die op de lijst staan?

De eigenaren en beheerders, zoals Vve’s, van panden die nu op de lijst staan worden geïnformeerd en gevraagd of ze met hun kennis van het gebouw de risicotool verder in kunnen vullen. Pas dan is duidelijk of de panden ook echt een verhoogd risico hebben voor brandveiligheid vanwege de gevelconstructie.

Wat gebeurt er als een pand een verhoogd risico blijkt te hebben?

Als straks blijkt dat verschillende panden in de categorie vallen met een verhoogd risico dan worden de eigenaren geïnformeerd over wat ze kunnen doen. De verantwoordelijkheid voor een brandveilige gevel ligt bij de eigenaren. Om risico’s te verkleinen kunnen zij een adviseur inschakelen. Een adviseur kan aangeven met welke maatregelen risico’s verkleind of weggehaald kunnen worden. Als een eigenaar niets wenst te doen wordt niet voldaan aan de geldende regelgeving. En kan dan te maken krijgen met handhaving.

Wanneer moet de inventarisatie klaar zijn?

Wij verwachten dat alle panden voor eind september 2019 verder zijn onderzocht met behulp van een risicotool. De tool wijst uit in welke risicocategorie een gebouw valt. De categorieën zijn verdeeld in kleuren.

Hoe gaat het dan verder?

Valt een gebouw in categorie geel en groen: dan hoeft er niets gedaan te worden.
Rood of oranje betekent mogelijk maatregelen aan het pand en de vergunning. Daarvoor kunnen de pandeigenaren gespecialiseerde adviseurs inhuren.

Wie moet eventuele maatregelen betalen?

De eigenaar is verantwoordelijk voor de kosten en maatregelen om te voldoen aan bouwregelgeving.

Wie is verantwoordelijk als er nu een calamiteit gebeurt?

De eigenaar van het pand is ook verantwoordelijk voor eventuele incidenten.

Wat is de rol van de ODRN?

De ODRN toetst de aanvragen voor een omgevingsvergunning, voor bijvoorbeeld renovatie van flats, aan de geldende wetten en regels. Voor complexe gebouwen vragen we advies over brandveiligheid bij de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ).
In de uitvoeringsfase van een gebouw kijkt de ODRN of de verleende vergunning en voorschriften worden nageleefd door de aanvrager van de vergunning, meestal de gebouweigenaar.